
Jacqueline Buhler is eigenaar van tekstueel adviesbureau TAB en trouwambtenaar in de gemeente Bronckhorst. Ruim vijfentwintig jaar was ze docent Nederlands aan het Isendoorn College in Warnsveld. Ze schreef mee aan diverse lesmethoden.
De twaalfde man
OpinieDat de zomer van 2024 een sportzomer wordt, dat zal niemand ontgaan: de Europese kampioenschappen voetbal, de Tour de France, Wimbledon, Roland Garros en eind juli de Olympische Spelen. Naar sport kijken vind ik erg leuk, boeiend ook. Niet alleen de sport en de beoefenaars daarvan, maar ook de tactiek, de intenties van de coach(es) en de verhalen áchter de sporters zijn interessant.
Wat ik minstens zo interessant vind, is de terminologie die gebezigd wordt tijdens de commentaren van de wedstrijden. Elke sport heeft zo zijn eigen taal, zijn eigen jargon. Jargon is vaktaal. Het gaat om een groepstaal, die voor buitenstaanders moeilijk(er) te begrijpen is. Het is de taal van vakgenoten, bijvoorbeeld medici of ict’ers, maar ook van groepen met een gezamenlijke hobby. Maar ook van voetballers, tennissers en atleten.
Onlangs keek ik naar de Avondetappe, een dagelijks praatprogramma over de Tour de France. Te gast was Roxane Knetemann, de dochter van de alom bekende Gerrie Knetemann, wielrenner van weleer. Als er toch één sporter was – naast Johan Cruijff – die virtuoos met woorden speelde over zijn sport, dan was hij het wel. Waar menigeen naar adem hapt na intens fysieke inspanningen, kraamde hij na gereden etappes de mooiste uitspraken uit. Veel van die uitspraken gingen over stront of poep, maar dat was louter gebaseerd op toeval.
Zo werd een renner altijd ‘door een strontkar overreden, nooit door een trouwkoets’, kon je ‘iemands karretje in de poep rijden’ en zat je ‘met het hol open’...
Respectievelijk betekenen de uitspraken dat een klap extra hard aankomt als je wordt bijgehaald, rijd je tegen je eigen tactiek in om een ander in de weg te zitten en ga je helemaal tot het gaatje om mee te kunnen komen.
Cruijff kon er ook wat van! Hij had zich waarschijnlijk verbeten bij de voetbalwedstrijd van Oranje tegen Oostenrijk, eindstand 3-2 (voor Oostenrijk). Van de vijf doelpunten die tijdens de wedstrijd werden gemaakt, maakte Oranje er vier. “Het goeie doel is niet je eigen doel”, zou hij hebben gezegd. Tja, “elk nadeel heb zijn voordeel”, want door dat verlies, troffen ‘we’ Roemenië, waarvan we – mede door de niet-aflatende steun van de twaalfde man – met roem de winst pakten en ‘doorkachelden’ (Knetemann!) naar de volgende ronde...










