
Vernieuwd Doesburgs museum passende ode aan juwelen- en glaskunstenaar Lalique
AlgemeenDOESBURG - Het kostte twintig jaar en enig doorzettingsvermogen, maar het is gelukt: het vernieuwde Lalique Museum in Doesburg is klaar. Het is een juweeltje geworden, een passende ode aan de Franse juwelen- en glaskunstenaar René Lalique.
Door Gerard Menting
Lange dagen maakten Santino Melssen en Benjamin Janssens, bedenkers en oprichters van het Lalique Museum in Doesburg, in de dagen voor de feestelijk opening van het vernieuwde museum. Boormachines en kitpistolen liggen nog klaar voor gebruik, in enkele ruimtes wordt 24 uur voor de opening nog gewerkt aan de inrichting. “Nee hoor, geen stress, alles is op tijd klaar’’, herhaalt Melssen met een trotse glimlach.
Niets kan hem van zijn stuk brengen aan de vooravond van het grote moment waarop Katherine, kleindochter van de Franse juwelen- en glaskunstenaar Lalique, waar het museum aan is gewijd, de openingshandeling verricht. Daar zet ze een zorgvuldig geconstrueerde replica van een door Lalique ontworpen fontein in werking.
Het ene kamertje aan de Gasthuisstraat 1 met de privécollectie van Melssen en Janssens groeide vanaf 2011 uit tot een aan René Lalique (1860-1945) gewijd museum in drie monumentale panden. Gasthuisstraat 5 kwam erbij en nu is de Commanderij, het voormalige riddergebouw uit 1286, als pronkstuk toegevoegd aan het museum. Hier is ruimte voor grotere glasinstallaties zoals de kroonluchter die Lalique voor de toenmalige koningin Juliana maakte. Hier is ook de juwelenkamer, met decimeters dikke muren en een loodzware metalen deur waar menig bankgebouw jaloers op zou zijn. Daar is plaats voor de peperdure juwelen van Lalique, uit eigen collectie of in bruikleen.
’Hij gebruikte geen diamanten of goud, de waarde zit in de exclusieve ontwerpen’
En nee, die zijn niet interessant voor dieven, blijkt uit de uitleg van Melssen. “Hij gebruikte geen diamanten of goud, de waarde zit in de exclusieve ontwerpen die hij maakte.” Elk stuk is een unicum en ook bekend, zo’n juweel van een diefstal is onverkoopbaar.
Er gaat twintig jaar werk vooraf aan de opening van het vernieuwde museum. In 2007 is de Commanderij gekocht met het oog op uitbreiding. “Dat het traag ging, heeft ook een voordeel”, kijkt Melssen terug. “Het gaf tijd om alles goed te doordenken, dat levert een hogere kwaliteit op. We hebben hier nu een museum van internationale allure.”
‘Er ging 20 jaar werk aan vooraf, maar we hebben hier nu een museum van internationale allure’
In het laagste deel van het riddergebouw is een ruimte waar bij opgravingen vuurstenen gereedschappen van 10.000 jaar oud zijn gevonden’’, schetst Melssen de geschiedenis van de plek. Een vuurplaats is in de vloer gemarkeerd. Een wenteltrap kan worden gevolgd tot op de zolderverdieping, waar onder meer met een mal wordt getoond hoe glasobjecten worden gemaakt. De wenteltrap in de 600 jaar oude toren is niet toegankelijk voor mindervaliden. De rest van het nieuwe deel is geheel aangepast, inclusief een lift.
Het museum wordt gesteund door een groot aantal fondsen, organisaties en particulieren. Zo adopteerde de familie Vroom (die van Dreesman) de serre, als verbinding tussen Gasthuisstraat 5 en de Commanderij. Voor ontwerp en aanleg van de tuinen werd tuinontwerpster Climmy Schneider ingevlogen. “Ze wil de kleine natuur laten zien, planten waar vlinders, libellen en andere insecten op af komen. Het zijn planten en dieren die je vindt in ontwerpen van Lalique.”
De museumingang aan de Gasthuisstraat blijft, de toegang via het nieuwe entreegebouw aan de zijde van de Kerkstraat komt erbij. “Dan voorkomen we lange wachtrijen tot aan De Waag, zoals we eerder hebben gehad”, zegt een trotse Melssen.
Expositie ’Magnificent Jewels’: meer dan sieraden
De juwelen van Lalique zijn meer dan sieraden; het zijn kleine kunstwerken. In de aanbeveling van het Lalique Museum voor de juwelenexpositie die vanaf de opening dit weekeinde in het vernieuwde museum is te zien, spreken trots en bewondering voor de ’Da Vinci van de juwelen- en glaskunst’ uit.
De tentoonstelling plaatst Lalique en tijdgenoten in een bredere context. Ze lieten tradities voor wat ze waren en introduceerden een nieuwe vormentaal. Flora, fauna en vrouwelijke silhouetten waren inspiratiebronnen voor de Franse kunstenaar. De expositie is samengesteld door gastconservator Martijn Akkerman. Dankzij bruiklenen van over de hele wereld van musea en verzamelaars kunnen 130 zeldzame juwelen in onderlinge samenhang worden getoond.













