
Meisje dat aan spoorboom hing,
viert honderdste verjaardag
NEEDE – Ruim 1100 keer per jaar bereikt een inwoner van ons land de leeftijd van honderd jaar. Afgelopen zaterdag was het mevrouw Hermien Ten Have-Mengerink die deze ‘gezegende’ leeftijd mocht bereiken. Zij groeide op aan de Parallelweg in Neede, tegenover het spoor. Een mooie speelplek voor kinderen, herinnert ze zich. Als namelijk de slagbomen na het passeren van de trein weer omhoog gingen, dan kon het zijn dat er een meisje aan hing.
Door Rob Weeber
Het spoorcomplex was ook een plek naast een van de twee grote textielfabrieken die Neede kende, die van Ter Weeme. De textiel was in die tijd een belangrijke werkgever en het was dus niet zo verwonderlijk dat Hermien na haar opleiding aan de ULO te hebben afgerond, daar op kantoor begon. Haar latere man Jan, eveneens werkzaam geweest bij Ter Weeme, zat al vanaf de eerste klas van de lagere school bij haar in de klas, maar de vonk sprong pas met 18 jaar over. Toen was de oorlog al geruime tijd aan de gang. Jan moest eigenlijk loopgraven aanleggen in Friesland, maar wist de dans te ontspringen door bij een boer in Rekken onder te duiken. Iedere zondag zocht Hermien hem op met haar fiets met ‘houten’ banden. Ze werkte inmiddels bij het distributiekantoor aan de Oudestraat in Neede (Pand Snijders) en bracht stamkaarten en distributiebonnen rond.
De verkeringstijd was gezellig. Bijzonder was wel dat haar schoonmoeder toen van een tweede kind beviel. Echter, een echt uitgaansleven was er toen nog niet. ‘Uitgaan’ was zoveel als samen de Es op en neer lopen, de straat tussen de winkels van Dievelaar en De Jong (later Eichenwald). Wel waren er volksfeesten op de plek waar nu Trefpunt - Speeltuin de Berg zit. Ze trouwde in 1950 en had een goed, zij het eenvoudig leven, ‘een leven zoals het ging’, waar echter niets ontbrak. Ze deed veel aan gymnastiek, zong bij Sursum Corda en bezocht de handwerkclub ‘De Bijenkorf’. Daar leerde ze onder meer de oude handwerkwerktechniek ‘hardanger’. Ook trok het gezin er vaak op uit naar het bos met de bal en een gasstelletje om soep te maken.
Terugkijkend, vindt ze het ‘leuk' dat ze honderd is geworden. Ze is volgens haar familie wel wat eenzaam, mede doordat steeds meer mensen om haar heen weggevallen zijn als gevolg van haar hoge leeftijd. Haar man Jan overleed al in 2001. Wel heeft ze nog steeds veel contact met haar vroegere overbuurvrouw die dichtbij woont.
Hermien kreeg twee dochters en heeft drie kleinkinderen en vier achterkleinkinderen.