
Enschedese Textielfabriek Holland was ‘loveseat' voor 60-jarig bruidspaar Harder-Selles
EIBERGEN – De textielfabriek ‘Holland’ zetelde in Enschede aan de Parkweg. Het was een grote werkgever met voor de oorlog zo’n achthonderd medewerkers. Twee latere werknemers zouden elkaar op 25 februari 1966 het ’jawoord’ geven. Dat stond in schril contrast met het ‘neewoord’ van de aandeelhouders die in datzelfde jaar de nog steeds winstgevende fabriek sloten. Die sluiting zou voor Johan Harder (83) het begin zijn van aan aantal omzwervingen alvorens hij in 2005 met pensioen kon.
Door Rob Weeber
Johan Harder werd in Eibergen geboren in een gezin met tien kinderen. Zijn jongste broer mocht de ambachtsschool volgen, maar Johan moest na de lagere school uit werken. Hij begon als 13-jarige in de textielfabriek van Ter Weeme in Neede en zou later overstappen naar de Textielfabriek ‘Holland’ in Enschede. Daar werkte op dat moment ook Robertina (roepnaam Robbie) uit Heerlen. Zij was met het gezin verhuisd na de sluiting van de mijnen in Limburg. Haar vader kwam oorspronkelijk uit Kampen en wilde weer in de buurt van zijn geboortestad wonen. Het werd Enschede, waar de textielindustrie werk bood. “Ik vond Enschede maar een ‘dood gat’”, aldus de inmiddels tachtigjarige Robbie.
Frequente banenwissel
Het jonge stel trouwde in Haaksbergen en de nieuwe woonplaats voor Robbie werd Eibergen. Door de fabrieksluiting moest Johan op zoek naar nieuw werk. Het werd de bandenfabriek Vredestein. "Ik ging vanuit Eibergen met de fiets naar Haaksbergen, waar ik op de bus naar Vredestein stapte”, weet hij nog. Na één jaar echter moest hij weer op zoek naar iets anders. Hij kwam terecht bij meubelfabriek (Groot) Landeweer in Eibergen, waar hij bijna twintig jaar zou blijven. In 1986 werd de fabriek gesloten en stond Johan weer op straat. Robbie werkte inmiddels bij de KTV in Eibergen en ook Johan vond daar onderdak. Zeven jaar later volgde er een flinke reorganisatie en het betrof ook Johan. Uiteindelijk kon hij bij Verosol (het huidige Kvadrat Shade - red.) de laatste 12,5 jaar tot zijn pensioen vol maken. Terugkijkend op zijn werkzame leven, heeft hij het er nog steeds moeilijk mee. "Ontslag gaat je niet in de koude kleren zitten.”
Gemengd huwelijk
Het huwelijk was prima en ze sloegen zich samen goed door de soms moeilijke tijden heen. Voor de buitenwereld echter, de verzuiling was nog diepgaand aanwezig, was het soms lastig om met een gemengd huwelijk om te gaan. “Ik kwam uit Limburg,” legt Robbie uit. “Mijn moeder was katholiek, maar mijn vader kwam uit het niet-katholieke Kampen. Dat maakte mij destijds al niets uit en ik trok me er niets van aan wat de mensen dachten. Die instelling heb ik mijn hele leven al. Ik heb ook altijd gewerkt in mijn leven, getrouwd of niet getrouwd.” Het was voor haar dus ook geen probleem dat Johan niet katholiek was. “We trouwden in een lege katholieke kerk in Enschede, niemand wist het en niemand was uitgenodigd. Later hebben we wel onze kinderen laten dopen.”
Schaatsen
Hobby’s hadden beide echtelieden genoeg. Robbie hield van hand- en naaiwerk. Vooral sokken breien kon ze als de beste. Ook was ze lid van een kegelvereniging. Johan was een begenadigd schaatser en trok er menig maal op uit met de familie Borckink uit de Eibergse buurtschap Hupsel. Hun dochter Annie zou in 1980 goud winnen op de 1500 meter tijdens de Olympische Winterspelen van Lake Placid. Daarnaast was hij gek op hardlopen en wielrennen. Vakantievieren deden ze het liefst op de camping in landen als Oostenrijk, Italië en in voormalig Joegoslavië.
Het echtpaar Harder-Selles kregen twee kinderen, vijf kleinkinderen en drie achterkleinkinderen. Zaterdag wordt een mooi feestje gevierd met een bescheiden kring van familie en vrienden.