Toekomst van de Achterhoek: welke koers kiest u?
Toekomst van de Achterhoek: welke koers kiest u?
Op 18 maart vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats: hét moment om direct invloed uit te oefenen op het lokale beleid. De Achterhoek wordt al jaren gedomineerd door belanghebbenden die vasthouden aan traditionele landbouw, schaalvergroting en intensivering. Daardoor blijven urgente uitdagingen zoals klimaatverandering, energietransitie, waterverontreiniging, stikstof en natuurverlies onderbelicht. De afgelopen jaren is de aanpak hiervan belemmerd door weerstand vanuit de traditionele landbouwsector. De vraag is of de komende verkiezingen opnieuw tot stilstand leiden, of dat lokale besturen aansluiten bij de veranderende landelijke koers.
Als reactie op het provinciale ‘strokenbeleid' klonken zelfs stemmen om de vijf Natura 2000-gebieden in de regio om te ploegen en als landbouwgrond te gebruiken. Dat ging velen gelukkig te ver. Wel is duidelijk dat jaren van non-beleid zowel boeren als natuur hebben geschaad. Het is tijd voor stevige maatregelen die ook de agrarische sector toekomstzekerheid bieden. Het strokenbeleid houdt in dat binnen 500 meter rond natuurgebieden strengere regels gaan gelden voor stikstofuitstoot en landbouwactiviteiten. Het strokenbeleid is een goede eerste stap, maar de uitwerking schiet tekort. Alleen de Veluwe is hiervoor aangewezen; het grootste Natura 2000-gebied in de Achterhoek, het Korenburgerveen, is buiten het beleid gelaten, ondanks advies van specialisten om juist hier ook in te grijpen. Gemeenten beslissen niet rechtstreeks over Natura 2000, maar kunnen wél invloed uitoefenen via lobby en een kritische houding bij vergunningverlening. Helaas laten lokale besturen zich nog te vaak leiden door de agrolobby, die in veel gemeenteraden direct vertegenwoordigd is.
Het grootste deel van de stikstofneerslag komt uit de landbouw. De veestapel in de Achterhoek is simpelweg te groot: circa één miljoen grote dieren, ruim drie per inwoner. Ongeveer 85 procent van de landbouwgrond wordt gebruikt voor veevoerproductie. Steeds meer inwoners, ook boeren, erkennen dat dit is doorgeschoten. Lokale besturen moeten durven kiezen. Een belangrijk instrument zou een gemeentelijk voorkeursrecht bij stoppende agrarische bedrijven kunnen zijn. Grond, stikstofrechten en dierrechten zouden dan niet naar de buurman gaan voor verdere staluitbreiding, maar door de gemeente moeten worden opgekocht en uit de markt gehaald. De grond kan vervolgens worden teruggegeven aan de natuur, verpacht aan biologische bedrijven of ingezet voor woningbouw. De instrumenten bestaan - de wil ontbreekt.
De recente opleving van mestvergistingsplannen komt voort uit het verdwijnen van de Europese uitzonderingsregels rond overbemesting. Dat was te verwachten, omdat deze uitzonderingspositie niet meer strookte met de verslechterende waterkwaliteit. Mestvergisting wordt vaak gepresenteerd als oplossing voor het mestoverschot, maar dat is een misvatting: wat erin gaat, komt er ook weer uit. Bovendien moeten koeien voor dagverse mest permanent op stal blijven, wat haaks staat op het streven naar meer weidegang. De energieopbrengst is laag, maar de subsidies zijn hoog - en dáár draait het in de praktijk om. Eerdere grote projecten in Varsseveld en Groenlo strandden al; de ambitieuze plannen in Bronckhorst en Lochem dreigen dezelfde kant op te gaan. Lokale besturen zouden kritischer moeten kijken naar milieu- en veiligheidsrisico’s én naar de landschappelijke verrommeling. Mestvergisting draagt nauwelijks bij aan de energietransitie; het idee dat het 'groene energie' oplevert, is misleidend.
In de regio liggen plannen voor uitbreiding van industrieterreinen. Gezonde industriële groei is belangrijk, maar de vraag is welke richting we kiezen. Willen we vooral lokale bedrijven ruimte geven, of richten we ons op het aantrekken van grote maakindustrie van buiten? Wij pleiten voor uitbreiding van lokale bedrijven. Dat levert stabiele werkgelegenheid op zonder extra druk op de woningmarkt en zonder verdere instroom van arbeidsmigranten. Het aantrekken van grote externe industrie vergroot bovendien de kans dat het plan om de N18 te verbreden nieuw leven krijgt. Zo’n verbreding trekt vooral extra transitverkeer aan en gaat ten koste van lokale fietsverbindingen en het landschap. Industriële ontwikkeling is een lokale bevoegdheid: uw stem heeft hier directe invloed op.
De onderwerpen zijn complex, en er valt nog zo veel meer over te zeggen. Hiervoor verwijzen we u naar onze website stlbg.nl; daar vindt u aanvullende informatie. Voor ons staat het beschermen van de natuur centraal. Die natuur is namelijk weerloos tegen slechte besluiten; wij proberen haar een kritische stem te geven. Daarom onze oproep: kies voor een groenere Achterhoek!
Rob Bongers,
Stichting Leefbaar Buitengebied Gelderland