Met God op vakantie

In de zomer voel ik God regelmatig dichtbij me, bijvoorbeeld als ik gewoon op een picknickkleed zit met een kan ranja, gesmeerde broodjes en kinderen die zich goed vermaken. Of als het buiten ruikt naar vers gemaaid gras. Of als ik de prachtige zonnebloem in onze voortuin zie met allemaal hommeltjes die druk stuifmeel aan het verzamelen zijn. Dan kan ik alleen maar even stil zijn en denken: ‘Wat is dit fijn zo, dank U.'

Die bewustwording ervaar ik vooral sterk in de zomer. Misschien is dat wel door de zon die alles net wat mooier maakt. Die de natuur in bloei zet, die ervoor zorgt dat we zonder jas naar buiten kunnen en ons kunnen opladen met vitamine D. De warmte die ons alles een versnelling lager laat doen, waardoor er meer rust en ruimte is. Er is dan ineens tijd om stil te staan, om écht te kijken en te luisteren.

Ik weet eigenlijk niet precies wàt het is, maar het is er. Een soort zomerse heilige rust, waarin God tastbaarder lijkt. Alsof er meer ruimte is om Hem te ontmoeten, gewoon midden in de gewone dingen.

En nu ik dit opschrijf, besef ik me dat ik dit gevoel eigenlijk ook in de winter vast wil houden. Ook als de dagen straks weer kort en grijs zijn. Als het koud wordt en het vaker regent. Geluk is ook dán aanwezig… misschien dan niet met een koud waterijsje in vers gemaaid gras, maar met een warme chocomel in een veilig huis. Dus als herinnering knip deze column even uit voor op mijn prikbord en zet daarmee dit actiepunt ook op mijn to-do lijst. Zo kan ik 't niet vergeten.

Maar nu ga ik eerst genieten van de zon in mijn snoet.

Goede zomer gewenst, allemaal!