
Slotboom en Steinebach bij De Lebbenbrugge. Foto: Peter Vorderman
‘Weten onze buren wel hoe bijzonder De Lebbenbrugge is?’
CultuurBORCULO – Het rustieke Museum De Lebbenbrugge ligt wat bescheiden achteraf, net buiten Borculo aan de zandweg (Lebbenbruggedijk) bij de brug over de Slinge. Maar schijn bedriegt, want het complex heeft een lange kleurrijke geschiedenis, die vermoedelijk zelfs teruggaat tot de vijftiende eeuw. Lange tijd werd aangenomen dat het is begonnen als boerderijtje, waar later een jachthuis van de Heren van Borculo tegenaan is gebouwd. Uit zeer recent onderzoek blijkt dit waarschijnlijk niet juist te zijn, zodat de geschiedenis wat moet worden herschreven. Zeker is wel dat het later ook de functie had van tolboerderij en pleisterplaats voor (handels)reizigers. De huidige zandweg was destijds een belangrijke handelsroute tussen Duitsland en Nederland. Het complex raakte rond 1900 in verval. Maar na een grondige renovatie is De Lebbenbrugge in 1934 geopend als museum en is daarmee zelfs een van de oudste musea in Nederland. Ironisch is dat in de regio niet altijd bekend is hoe bijzonder De Lebbenbrugge eigenlijk is.
Door Peter Vorderman
“Tot voor kort gingen we ervan uit dat allemaal is begonnen met een middeleeuws Saksisch boerderijtje, dat hier zou zijn gebouwd rond 1450. Dat zou een ‘los hoes’ (open huis) zijn geweest, waar de boerenfamilie en het vee in één ruimte samenleefden. In die ruimte bevond zich ook een potstal, een verdiepte bodem bedekt met heideplaggen, waarop de koeien hun mest lieten vallen. Regelmatig werd een nieuwe laag plaggen opgebracht. Zo werd de mest dus letterlijk opgepot en nog wel in de ‘woonkamer’ ook”, grinnikt voorzitter Wim Slotboom. “Maar de koeien hadden een comfortabel ligbed. Eén of twee keer per jaar werd de mest uitgereden over het land. In de boerderij is een grote verscheidenheid aan oude agrarische machines en werktuigen te bekijken. De boerderij is momenteel ingericht als een boerenhoeve van rond 1900. De toenmalige boerderijtjes waren overigens mobiel en werden verplaatst als de grond niet voldoende vruchtbaar bleek. Hiertoe waren onder meer de kozijnen genummerd om makkelijk te kunnen (de)monteren. En zo hebben we nog veel meer mooie verhalen uit het boerenleven van toen.”
Jachthuis
Tevens werd tot recent aangenomen dat ongeveer een eeuw later (rond 1550) door de Heren van de Heerlijkheid Borculo een fors jachthuis dwars tegen de boerderij is aangebouwd. “Maar op basis van onlangs afgerond bouwhistorisch en dendrochronologisch onderzoek (ouderdom van hout vaststellen aan de hand van jaarringen, red.) moeten we de geschiedenis waarschijnlijk iets gaan herschrijven. Het lijkt erop dat het boerderijtje en het jachthuis (achter- en voorhuis) toch gelijktijdig zijn gebouwd. Want de houten gebinten lopen als het ware door en blijken even oud te zijn. Dus ook de oudheid van het achterhuis is vermoedelijk niet meer wat we altijd dachten. Het kan overigens heel goed zijn dat er rond 1450 al wel een boerderijtje stond, maar dat is uit het onderzoek niet gebleken.”
‘Zo werd de
mest dus
letterlijk
opgepot en
nog wel in de
‘woonkamer’
ook’
“De Heerlijkheid Borculo was particulier jachtterrein van 1545 tot ongeveer 1800. De boer van de Lebbenbrugge regelde alles voor de jacht van de heren, zorgde voor drijvers en legde het wildtableau na de jacht. Wat de Heren van Borculo en de Heerlijkheid Borculo precies behelzen, leg ik een volgende keer wel uit, want ook daar kun je makkelijk een paar bladzijden mee vullen”, lacht pr-bestuurslid Loes Steinebach. “Wel is vermeldenswaard dat de nodige keren strijd is gevoerd om de heerlijkheid. De Bisschop van Munster probeerde meerdere keren het gebied weer in zijn macht te krijgen. Verder werd de heerlijkheid in 1777 gekocht door prins Willem V. Vanaf die tijd voert de regerende vorst van Nederland, thans Willem-Alexander, de titel Heer van Borculo. Het jachthuis fungeerde later ook als tolhuis en herberg en het was zelfs een van de eerste postkantoren in Nederland. Macaber detail is dat de Heer van Borculo ook het recht van rechtspraak had. De naam van het nabij gelegen Galgenveld werd daarbij letterlijk inhoud gegeven. De beulen kwamen na het ophangen, brandmerken en geselen vaak hun beulsloon in ‘onze’ herberg in drank omzetten om hun geweten schoon te spoelen”, griezelt Steinebach.
A1 van late middeleeuwen
“De zandweg langs onze museumboerderij was in de late middeleeuwen een drukke handelsroute, eigenlijk de A1 van de middeleeuwen”, knipoogt Slotboom. “Oost-West georiënteerde zogenoemde hessenwegen vormden de verbindingssporen tussen Holland en Duitsland, maar het waren eigenlijk niet meer dan karrensporen. De voermannen van de vaak zes-span paarden voor grote karren met kostbare handelswaar werden hessenkearls genoemd. Onze hessenweg deed onder meer de hanzesteden Zutphen en Deventer aan. In de achttiende eeuw werd De Lebbenbrugge ook een veel gebruikte pleisterplaats. Voor dat doel kreeg het jachthuis een herbergfunctie en werd een grote schuur gebouwd, met grote openslaande deuren aan voor- en achterzijde. De hessenkearls stalden hun paarden en wagens in de schuur, ter bescherming tegen rovers, voorzagen de paarden en zichzelf van een natje en een droogje, bleven overnachten in de herberg en trokken de volgende dag weer verder. Na in een latere periode als opslagruimte te zijn gebruikt is de schuur in 2004 vergroot en heringericht en is nu het bezoekerscentrum van het museum.”
Boogbrug
“Een brug over de Slinge was er aanvankelijk overigens nog niet, het was een doorwaadbare plaats, waar later een fraaie dubbele stenen boogbrug is gebouwd. In 1954 is die karakteristieke boogbrug helaas vervangen door de huidige strakke brug. Voor het onderhoud van de weg en de brug over de Lebbinkbeek moest tol worden betaald. Interessant detail is dat de laatste toltarieven nog op de voorgevel van het Jachthuis staan.”
Bijzondere plek
Het rond 1900 in verval rakende complex is na een reddingsactie van het toenmalige Borculose schoolhoofd ‘meester’ Hendrik Heuvel en een grondige renovatie, in 1934 geopend als museum. Het is daarmee zelfs een van de oudste musea in Nederland. De Meester Heuvelstichting is eigenaar van het museum, waarvan. Slotboom voorzitter is. “Al met al is ons museum een karakteristiek monumentaal complex op een prachtige locatie. Met vijftig enthousiaste vrijwilligers houden wij het in perfecte staat. Aan extra vrijwilligers is overigens altijd behoefte. We kunnen onszelf bedruipen met de toegangsgelden, donaties en subsidie van de gemeente. En recent hebben we een gul legaat ontvangen, waarvan we het bouwhistorisch en dendrochronologisch onderzoek hebben kunnen bekostigen. De directe omgeving leent zich ook voor mooie wandelingen. Ondanks een best groot bezoekersaantal van circa 5.000 per jaar, weten veel mensen uit de directe omgeving echter niet altijd wat voor bijzondere plek dit eigenlijk is, laat staan dat men de kleurrijke geschiedenis erachter kent”, peinst Slotboom. “Met de nodige activiteiten hopen we ook ‘onze buren’ meer te enthousiasmeren om het museum te bezoeken. Bij een gecombineerd bezoek aan het Brandweermuseum in Borculo worden de bezoekersgroepen zelfs met een oldtimer brandweerauto naar ons museum gereden. Ook arrangementen in combinatie met een vaartocht in een Berkelzomp of een huifkartocht staan op het menu. Verder wordt het museum ook gebruikt als trouwlocatie en kan het worden afgehuurd voor festiviteiten. Onze nieuwe en toepasselijke slogan ‘Een museum vol verhalen’ staat borg voor een gezellige en interessante dag.”
www.lebbenbrugge.nl
