
Ton van Uem. Foto: Joke de Haan
Zomerserie: Nieuw Achterhoeks schrijftalent in de maak: Ton van Uem
CultuurWINTERSWIJK/BERKELAND - Dit jaar heeft de Bibliotheek diverse schrijfcursussen met Anna Boland aangeboden en daar is enthousiast op gereageerd. Enkele deelnemers uit Winterswijk, Neede en Ruurlo schrijven hun verhaal. Deze week Ton van Uem.
Weg met de automatische piloot
Ton van Uem schrijft voor de synagoge in zijn woonplaats Borculo en voor enkele culturele instellingen regelmatig programma’s en persberichten. Ton: “Maar ja dan zit je wel aan een soort format vast en je wilt ook graag wervend schrijven”. Door de cursus is hij vrijer geworden en schrijft hij weer voor zijn eigen plezier. Zo houdt hij wel van een beetje ouderwets Nederlands, dan kan hij precies uitdrukken wat hij bedoelt en het klinkt ook mooi. Het was leuk om met anderen uit te wisselen wat zij ervaren bij het schrijven en bij het lezen van elkaars werk, maar hij wil ook best bekennen dat hij zich niet heel veel van de theorie heeft aangetrokken. Wat vooral fijn was om het schrijfvuur aan te wakkeren: dat er steeds wisselende opdrachten waren. Hij weet niet hoe hij dat nu verder voor zichzelf gaat organiseren, maar hij heeft wel het voornemen om vaker op berichten uit de krant te reageren.
Onrust in het tuinschuurtje
Het begon allemaal met een diepe zucht die niet direct te lokaliseren was, maar de hark vermoedde ergens rechts achterin waar het oude gereedschap een plaats had in een grote, houten kist.
‘Ben jij dat, heggenschaar?’ fluisterde de hark om de anderen niet wakker te maken.
‘Ja’, klonk nauwelijks hoorbaar een benepen stemmetje, gevolgd door een mogelijke nog diepere zucht. ‘Ik kan niet slapen. Het is mijn laatste nacht hier bij jullie’.
‘Wat!!’ kreet de hark, gevolgd door een ingehouden ‘Wat…!’
De eerste uitroep miste zijn uitwerking niet. De weldadige rust van zo-even werd er wreed door verstoord. Van alle kanten kwamen reacties, geïrriteerd of geschrokken.
Zelfs de grashark, normaal gesproken toch in alle omstandigheden de rust zelve, vroeg op de hem eigen enigszins temende, nasale toon: ‘Is er een deugdelijke aanleiding om de door mij zeer gewaardeerde nachtrust hinderlijk te onderbreken?’
‘Vertel het zelf maar, heggenschaar’, moedigde de hark haar aan. Aarzeling…. ‘Toe, vertel het je vrienden’.
‘Ik ben afgedankt’, bracht ze stamelend uit, ‘jarenlang heb ik mijn bek open- en dichtgeklapt, maar ik hoef niet meer, ik ben niet meer nodig. Ik word aangeboden bij de kringloopwinkel.’
Er viel een beklemmende, bijna onheilspellende stilte. De onheilstijding daalde langzaam in. En toen kwamen de stemmen los!
‘Maar dat is schaamteloos!’ bracht de grasschaar uit, die zich het meest verwant voelde aan de heggenschaar en daardoor begrijpelijk ook het meest bedreigd, ‘dat kan toch zomaar niet!’
‘Altijd beriep hij er zich op niet te zullen zwichten voor de verleidingen van de elektrisch aangestuurde tuingereedschappen. En nu gaat hij toch om!’ verbaasde zich de zinken gieter. ‘Wanneer legt hij een volledig computergestuurde waterirrigatiepomp aan, waarna ik word volgestouwd met tuingrond en daarin gele afrikaantjes..…. Oh sorry, mag ik die nog zo noemen?’
‘Er bestaat toch zoiets als een repair-café!’ fulmineerde het onkruidkrabbertje met een van woede overslaande stem. ‘jij kunt toch een tweede leven krijgen!’
‘Ik vind het naar voor je, maar eerlijk gezegd, kan ik me er wel iets bij voorstellen. Hij wordt ouder en permitteert zich de luxe van een elektrische heggenschaar,’ reageerde de op een oplaadbare accu aangedreven graskantenmaaier met enige schroom.
‘Moet je hem horen!’ meesmuilde het drietandharkje, dat met de grashark en schoffel dezelfde steel deelde, ‘makkelijk praten! Hij drukt op een knopje en jij begint al direct gretig en grommend aan je karwei zonder daarvoor enige moeite te hoeven doen. Jij gebruikt je energie en loopt leeg zonder één druppel zweet te hebben geplengd. Schaam je! Heb respect voor het echte handwerk!’
‘Nou ja, nou nog mooier!’ repliceerde de graskantenmaaier, ‘ik maak het hem wel mogelijk om de hele omtrek van 120 meter van het grasveld in 20 minuten keurig bij te knippen, zodat hij nog de energie heeft om te schoffelen. En bovendien,’ gaf hij nog een sneer, ‘wat draag jij nou helemaal bij aan het toonbaar houden van onze tuin! ….. Nou!?’
‘Nou, nou, kom, kom’, poogde de aardappelvork greep te krijgen op de dreigend uit de hand lopende situatie en graag met archaïsch taalgebruik koketteerde, ‘laat ons eensgezind een front vormen om onze patroon op andere gedachten te brengen. Laat ons een statement afgeven, opdat hij zijn beslissing tenminste nog eens heroverweegt. Ik stel voor dat we onze vriend uit de kist halen en op zijn oude plaats, joúw plaats heggenschaar, hangen. De derde haak links, die is nog steeds onbezet. Wat vinden jullie?’
Na enig heen-en-weer gepraat stemden ze allemaal met dit voorstel in en keerde de rust langzaam terug in het tuinschuurtje. ‘Welterusten, allemaal’.








