Oerend Smart | Koolmees

  Column

De merels hebben een nest in de klimop, het vrouwtje zit op de eieren, het mannetje verdedigt hun toekomstig nageslacht te vuur en te zwaard.

Een ekster meende het tuintje met een bezoek te kunnen vereren, maar hij had buiten de waard gerekend. De merel ging hem woest te lijf. Dappere dodo!

Soms kan hij het overdrijven, gisteren viel hij ook een koolmees aan die naar zijn zin te dicht bij het nest kwam. Van de koolmees heeft de merel echter geen gevaar te duchten. Het koolmeesvrouwtje bebroedt de eieren in een nestkast tegen de achtermuur van de buren.

Beide mannetjes zetten het ’s morgens in alle vroegte op een zingen. De merel heeft een uitgebreid repertoire dat hij laat klinken vanaf een schoorsteen. De koolmees moet het muzikaal tegen zijn zoetgevooisde tuingenoot afleggen, maar zijn geluid is toch gevarieerder dan je op het eerste gehoor vermoedt.

Ik heb ruimschoots de gelegenheid de koolmees te beluisteren, hij zingt vlak bij z’n nest, dat is bijna bij mij onder het raam. Hij doet dat bij voorkeur luidkeels. En dat om zes uur ’s morgens, als alle geluiden harder klinken dan ze in werkelijkheid zijn. De koolmees is mijn dagelijkse wekdienst. Ik ben hem daar dankbaar voor. Zijn krachtige toon heeft me mijn bed uit gedirigeerd en ik ben meteen dit stukje gaan intikken. Daarbij word ik door voorzanger koolmees en achtergrondzanger merel begeleid.

Een collega in Doetinchem kreeg van z’n buren, die minder op vogels gesteld zijn dan de mijne, het verzoek om de boom in zijn tuin te kappen. Ze stoorden zich aan de lijster die daarin elke ochtend zat te kwinkeleren. Ik dacht, een beetje gemeen: misschien willen die buren ruilen met mijn Amsterdamse zus, voor wie in de tuin zitten door de vliegtuigherrie vaak geen pretje is. Een van de weinige positieve effecten van corona is dat veel vliegtuigen aan de grond blijven. Niettemin verlangt ze naar kwinkelerende lijsters.

De afgelopen week verbleef ze in een Achterhoeks natuurhuisje, wij gingen op visite. Vanaf de veranda telden we in drie uur tijd zesentwintig verschillende vogelsoorten, waaronder de groene specht, met zijn kenmerkende roep, alsof hij je uitlacht - nee: toelacht.

In de boom boven ons hoofd nestelde een koolmees. Onderzoek wijst uit dat koolmezen in steden harder zingen dan in het buitengebied, want ze moeten boven het verkeer uitkomen. Mijn zwager stelde vast dat deze mees minstens zo hard zong als bij hen thuis, mogelijk was het een vogel met Amsterdamse roots. Er viel nergens enig lawaai te bespeuren dat overstemd zou moeten worden. Hoewel het dus Amsterdammers zijn, praten mijn zus en zwager zonder stemverheffing. Alleen die specht, een paar bomen verder, lachte nogal opzichtig.

De koolmees hier in Zutphen is ondertussen gestopt met zingen. Hij is aan het werk gegaan: er moet brood op de plank komen.

Oei, hij zoekt nu naar rupsjes in de klimop… Maar de vrede is blijkbaar getekend, de merel laat hem met rust. De stilte is weergekeerd en mijn stukje is af.

In de columns van journalist Sander Grootendorst staan mens en natuur centraal

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden