<p>Bert Scheuter. Foto: Gerard Mühlradt</p>

Bert Scheuter. Foto: Gerard Mühlradt

Dicht

Bert Scheuter | Virustroost

  Column

De neiging om in superlatieven te praten maakt de taal niet rijker maar armer, het lijkt erop dat in tijden van crisis onze emotie ook in taal luidruchtig toeslaat. Het virus laait het op, de angst die steeds vaker tot vluchten in ontkenning voert is een slechte leermeester. Ons Achterhoekse landschap biedt zowel de schilder als de dichter in onszelf de benodigde troost om onze persoonlijke crisis te lijf te gaan.

Virustroost
ons lavend aan ons landschap

Er is iets met de woorden, ze slijten zo vlug.
Is goed te gering? Is tien keer nix de max?
Is mega super eeuwig of eindig als bizar?
Tenslotte zijn alle woorden krachteloos
als ze met teveel zijn en toch te leeg.
Terwijl wij juist dan kleurrijke expressie
behoeven in ons decoratieve landschap
onder wolken. In vederlichte taal om eerst
het virus te verstaan en het later te verslaan.

Ik weet nu dat mijn weerstand geduld heet,
koppel natuur nog in dit land aan lafenis
maar laat die spaarzaam úit mijn mond,
behoedzaam als ik ben, beducht op slijtage.
Sta laven af aan aan de dorst van ogen en oren,
zwijgzaam op het Boelekeerlspad, op Hackfort,
in de Bekendelle en in het Vragender Veen.
Dan zullen wij ons verstaan in gedichten
en in stille beelden ons verzet verslaan.

Bert Scheuter, Helma Snelooper, Hans Mellendijk en Eva Schuurman vormen samen het dichterscollectief Dichters des Achterhoeks. Zij geven op deze plek wekelijks hun poëtische kijk op de actualiteit.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden