Oerend Smart | Verkiezingsretoriek

  Column

Deze maand moeten we er weer aan geloven: verkiezingsretoriek en alle rituelen die daarbij horen. In de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart draaien de media op volle toeren. Zo zijn er regelmatig optredens van politici op televisie en radio en debatbijeenkomsten over actuele thema's in de provincie. Ook ontkomen we niet aan de onvermijdelijke experts die vooruitblikken op de uitslagen. Sommige kandidaten zullen proefballonnetjes oplaten en beloftes doen in de hoop dat ze daarmee kiezers trekken. Want alles is gericht op dat ene moment in het stemhokje waarop u zich met een rood potlood in de hand de volgende vraag stelt: op wie zal ik stemmen?

Het politieke bedrijf gaat terug tot de oude Grieken. Want zij waren het die aan de basis stonden van alles wat met verkiezingen en democratische politiek te maken heeft. Neem het woord 'politiek'. Het komt van het Oudgriekse 'politika', dat 'zaken betreffende de polis' betekent. En met die 'polis' werd geen verzekeringscontract bedoeld, maar een stad en het bestuur ervan. In de klassieke oudheid woonden de meeste Grieken in zo'n polis. De bekendste was Athene met de Akropolis (het hoogste punt van de stad) als krachtig symbool. De polis was een ministaatje met z'n eigen rechtspraak, munteenheid, belastinginning, verdediging en buitenlands beleid. Hoe de polis werd bestuurd, bepaalden de burgers, in die tijd alleen de vrije volwassen mannen. Ze deden aan democratie, afgeleid van 'demos' (volk) en 'kratein' (regeren). De polis was een burgersamenleving, een politieke gemeenschap. Politiek was voor de oude Grieken geen ver-van-hun-bed-show, maar een wezenlijk onderdeel van het maatschappelijk leven. De filosoof Aristoteles noemde de mens zelfs een 'zoön politikon', een politiek dier. De uitspraak 'Het belangrijkste politieke ambt is dat van burger' was vanzelfsprekend. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er in de antieke wereld geen sprake was van achterkamertjespolitiek, vriendjespolitiek en struisvogelpolitiek – dat is iets van alle tijden.

Niet alleen het woord politiek is afgeleid van de Griekse polis. Ook de begrippen politie, metropool (letterlijk: moederstad) en kosmopoliet (wereldburger) hangen ermee samen. En wie goed kijkt, ontdekt het ook in de term 'polikliniek'. Dat komt van het Griekse woord 'klinè' (bed) en verwijst oorspronkelijk naar stedelingen die op bed lagen en dus ziek waren. Heeft de verzekeringspolis ook wat met de Oudgriekse polis te maken? Nee, die polis gaat via allerlei omwegen terug op een woord voor 'bewijsstuk'. Het Engelse woord 'polite' (beleefd) heeft evenmin een relatie met de Griekse stadstaatcultuur – het komt van het Latijnse 'politus' (glanzend, beschaafd) dat we terugvinden in ons begrip 'gepolijst'. Jammer eigenlijk, want juist de politiek is gebaat bij bewijzen en beleefdheid, zeker als het na de verkiezingen aankomt op daden in plaats van woorden.

Geograaf Gert-Jan Hospers schrijft over stedelijke en regionale ontwikkeling op menselijke maat

Meer berichten
 

Nieuwsoverzicht

Meer berichten