<p>TIB-bestuurder Gerard ten Bras (l) ontvangt de bronzen penning uit handen van Peter Nieuwenhuis. Foto: Rob Weeber</p>

TIB-bestuurder Gerard ten Bras (l) ontvangt de bronzen penning uit handen van Peter Nieuwenhuis. Foto: Rob Weeber

Documentaire over historie van Borculo in première

Vierdelige serie ‘Geschiedenis van de Stad en Heerlijkheid Borculo’

Door Rob Weeber

BORCULO - Sind 2015 is de Stichting Borculo, beleef de Berkelstad druk geweest met het ophalen en zichtbaar maken van de rijke geschiedenis van de stad Borculo. Het begon met het bronzen beeld van de laatste Berkelschipper Willem Keizer. De bedoeling was dat alle gerealiseerde projecten sindsdien nog eens zouden terugkeren in een vierdelige documentaire, vooral ook bedoeld voor het historisch besef van de jeugd. Vrijdagmiddag beleefde Borculo in zaal Peters, ooit de eerste bioscoop van de stad, de première van deze vierdelige documentaire, getiteld ‘Geschiedenis van de Stad en Heerlijkheid Borculo’.

Gangmaker achter alle initiatieven is Peter Nieuwenhuis. In zijn openingstoespraak vergeleek hij de coronacheck bij binnenkomst met de ‘gezondheidspas’ die Borculo in 1712 invoerde na het uitbreken van een besmettelijke ziekte in Duitsland. De Gelderse autoriteiten verboden de invoer van ‘enige lompen, vodden, haire- of Wolle-deekens, Schaepshuiden, oude klederen, beddegoed en diergelycke goederen’ door boeren, burgers en buitenlui die geen gezondheidspas hadden. Daarna wees hij op het belang van geschiedenis. “Een stad heeft zijn geschiedenis nodig”, aldus Nieuwenhuis. “Bewoners zijn niet gelukkig in een anonieme wereld. Zij willen zich hechten in tijd en ruimte. Door het verleden te kennen, kun je het dagelijks leven en de mensen om je heen beter begrijpen. Bovendien kun je leren van de fouten die in het verleden zijn gemaakt.”

Heerlijkheid Borculo
Deel I, ‘In den beginne’ laat de geschiedenis van de Heerlijkheid Borculo zien, het gebied dat door achtereenvolgens de heren van Borculo, Bronckhorst en Van Limburg-Stirum werd bestuurd. Na 1579 kwam het onder rechtstreeks bestuur van het Duitse bisdom Münster, maar dankzij een gerechtelijke uitspraak in 1615 van het Hof van Gelre, werd het toegewezen aan de familie Van Limburg-Stirum, waardoor het uiteindelijk Nederlands grondgebied bleef. In 1777 kwam het via Willem V in handen van het Huis van Oranje. De Heerlijkheid besloeg destijds het gebied zo groot als de gemeente Berkelland minus Ruurlo.
Deel II, ‘De Handel’, laat de ontwikkeling van de handel zien. Borculo lag aan de Berkel, een belangrijke vaarroute naar de Hanzestad Zutphen. Maar ook de Hessenweg langs De Lebbenbrugge was een belangrijk doorvoerroute vanuit Duitsland. De Lebbenbrugge vormde destijds een boerderij, maar was tevens tolhuis, herberg en jachthuis van de Heren van Borculo. Met de opkomst van de scheepvaart en het openbaar vervoer verloren de Berkel en de Hessenweg hun betekenis. In 1905 voer de laatste Berkelzomp door de sluis in Borculo.

‘We hebben gevreten’
Deel III, ‘Rampen en oorlogen’ verhaalt over de rampen die de Berkelstad heeft gekend, te beginnen met de grote stadsbrand in 1590 waarbij zo goed als de gehele stad afbrandde. Ook de 80-jarige oorlog ging niet aan het gebied voorbij, gevolgd door twee pogingen van de Münsterse bisschop Van Galen, Bommen Berend, om De Heerlijkheid Borculo weer in handen te krijgen. Een andere rampspoed vormde de Tweede Wereldoorlog, een tijd waarbij Nieuwenhuis in zijn toespraak vooraf al even stilstond. De emoties namen toen even de overhand bij het verwelkomen van de aanwezige Els Bakker-Faber. De gezinnen Faber en Overdiek, ouders en vier kinderen, reisden lopend met een bakfiets in de hongerwinter vanuit Amsterdam naar Borculo om de Arbeitseinsatz te ontlopen. Bij aankomst werden de twee gezinnen, zonder Carel Overdiek overigens, die was teruggekeerd naar Amsterdam, ondergebracht bij de opa en oma van Nieuwenhuis, destijds eigenaar van ‘De Buitensingel’. Karel Faber en Carel Overdiek kende de familie doordat zij tijdens de mobilisatie in de buurt van Borculo gelegerd waren en er wel eens een borreltje dronken. In de documentaire herinnert Els zich vooral ook de pannenkoeken met spek die ze bij aankomst kregen. ‘We hebben gevreten’, aldus Bakker die destijds 8 jaar was. Els trouwde later met Henk Bakker.

Witte vlekken, maar het geeft een goed beeld

De documentaire waaraan samen met videoman Albert Bakker uit Ruurlo drie jaar aan is gewerkt, is vooral bedoeld als ‘leermiddel’ voor de basisscholen. Zij krijgen de documentaire dan ook gratis toegestuurd. Hoewel hij de publiciteit niet schuwt was het maken van de documentaire voor Nieuwenhuis een nieuwe ervaring. “Bij de bronzen beelden had iedereen een mening over het werk van een ander, kunstenaar Jan te Kulve. Voor de documentair heb ik zelf getekend. Alle meningen gaan dus over iets wat ik zelf gemaakt hebt. Dat is best wel spannend. Hebben we genoeg gedaan met deze documentaire? Er zijn nog wel wat witte vlekken, maar het geeft wel een goed beeld van de geschiedenis van Borculo.” Hij is dan ook zeer tevreden met het eindresultaat. “Het is ongelooflijk hoeveel medewerking Albert en ik hebben gekregen, van sponsoren, vrijwilligers en figuranten. Daarnaast gaat mijn dank uit naar wijlen Bennie te Vaarwerk uit Eibergen, de man die mij tien jaar terug op het spoor van de Heerlijkheid Borculo bracht. Ook Jan Bosman had ik graag nog in de zaal gehad, hij werkte nog mee aan de documentaire. Helaas is ook hij al overleden.”

Bronzen penning voor TIB
Tenslotte werd de jaarlijkse bronzen penning ‘Borculo, beleef de Berkelstad’ uitgereikt. De penning, geïntroduceerd in 2016, wordt toegekend aan een persoon of organisatie die zich inzet voor de cultuurhistorie van Borculo. Hij werd toegekend aan de ‘Toeristische Informatie Borculo. Bestuurslid Gerard ten Bras nam hem in ontvangst.
De documentaire is voor 10 euro te bestellen via een e-maillink. Voor 17,50 krijgt men de serie op een usb-stick. Opgave via p.nieuwenhuis3@kpnplanet.nl.’

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden