<p>Rosemarie Goldenburg (l) met haar zusje. Foto: priv&eacute;verzameling fam. Kuiperij&nbsp;</p>

Rosemarie Goldenburg (l) met haar zusje. Foto: privéverzameling fam. Kuiperij 

Het raadsel van Ernst August Gottfried Goldenberg

EIBERGEN - Ze waren vier en vijf jaar op de bewuste datum in 1944, de beide meisjes Riki Timmermans uit Eibergen en Rosemarie Goldenburg uit Essen, toen tijdelijk woonachtig in Eibergen. Ondanks de bijna identieke leeftijd, had het leven voor beide meisjes verschillende plannen in petto. De een mocht door op 23 mei 1944, de ander werd het leven ontnomen.

Door Rob Weeber

Rosemarie was een kind van de Duitse arts Ernst August Gottfried Goldenberg die bij de Wehrmacht diende. Hij werd in 1944 gestationeerd in het gebouw wat nu Museum de Scheper is, de toenmalige woning van Betsy ter Braak. Naast vader zelf kwam ook de rest van het gezin over naar Eibergen, moeder en twee dochtertjes, waarvan een dus Rosemarie was. Het lot bepaalde dat zij buiten speelde op het moment dat op de bewuste dag in mei 1944 een vervoerder van takkenbossen voor de Heidemij even na de brug over de Berkel stopte. Dat gaf Rosemarie en het jongetje waarmee ze speelde de gelegenheid om op de dissel tussen trekker en aanhanger te springen. Toen de vervoerder weer optrok, vielen ze van de dissel. Rosemarie kwam onder de achterwielen terecht en overleed ter plekke. Het jongetje, dat niet uit Eibergen kwam, brak ‘slechts’ zijn been. Rosemarie werd begraven aan de Haaksbergseweg.

‘Een graf
hoort er
fatsoenlijk
uit te zien’

Riki en Rosemarie hadden elkaar nooit gekend, maar tijdens de begrafenis van haar oma in 1957 aan de Haasbergeweg zag ze bij toeval het graf van Rosemarie. “Ik keek naar de verwaarloosde en verzakte witte steen en kreeg medelijden met het veel te jong gestorven meisje dat bijna in hetzelfde jaar als ik geboren was. Een graf hoort er fatsoenlijk uit te zien en dus nam ik mij voor om het te gaan onderhouden. We hebben het toen opgeknapt. De steen is rechtgezet en schoongemaakt en de letters zijn met zwarte fietsenlak weer leesbaar gemaakt.”

Het volgende toeval deed zich in Eibergen voor. Riki’s zus had in de Grotestraat een Kruidenierswinkel en was op een avond in 1958 vergeten de deur af te sluiten. Ze moest iets hebben en liep door de tussendeur met het woonhuis de winkel in. Daar hoorde ze ineens ‘Guten Tag’. Het waren de ouders van Rosemarie die het graf bezocht hadden en wilden weten wie het zo netjes onderhield. Haar zus belde Riki die toen voor het eerst kennis maakte met het echtpaar. Met Pasen 1961, ze was toen al getrouwd, reed ze met haar man Gerrit Kuiperij op de brommer naar Essen en bezocht het appartement van de familie Goldenburg. Naast het echtpaar leefden ook Rosemaries zus en oma nog. Ze verbleven er vier dagen, gingen weg en verloren daarna het contact. De verzorging van het graf in Eibergen ging niettemin door en werd later door haar zoon Wilco doorgezet. “In 2019 was het graf weer aan een opknapbeurt toe,” licht Wilco toe. “We zijn toen een crowdfunding gestart die zeer succesvol was. We kregen donaties uit alle delen van het land. In 2020 werd het graf opgeknapt. Het kreeg een nieuwe voorplaat met tekst. Inmiddels verzorgen we het graf dus al zo’n zestig jaar.”

‘Waar is
het gezin
na 1961
gebleven?’

Met het toenemen der jaren, groeide ook de nieuwsgierigheid naar de familie Goldenburg. Er zou immers nog een zus van Rosemarie kunnen leven. Maar ook de reden waarom het gezin naar Eibergen kwam, welke functie Ernst in het leger bekleedde, waar en waarom de naamwisseling ontstaan is, waar het gezin na 1961 is gebleven, wie de jongen was die zijn been brak in 1944 et cetera, waren vragen die opkwamen. Ze vroegen toen hun vriend Bert Smeenk van het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten of hij hen wilde helpen. Het verhaal dat Ernst in Eibergen gelegerd was, werd door zijn tante bevestigd. Die was hem wel eens tegengekomen. Maar vanaf dat punt liep het spoor hier dood. Smeenk kon via het stadsarchief Essen achterhalen dat de familie eigenlijk geen Goldenburg, maar Goldenberg heette. “Het was niet ongebruikelijk dat er Duitse kinderen vanuit het Ruhrgebied naar Nederland kwamen in de oorlog,” licht Smeenk toe, “maar het is wel jammer dat we niets meer te weten zijn gekomen over specifiek deze familie. De enige hoop nog op een gegeven moment was het nationale archief in Freiburg. Ik heb daar een brief heen geschreven, maar zij wilden geld zien voor het onderzoek. Dat maakte me boos. We zijn hier bezig met een onderzoek naar een Duits meisje en daarvoor moeten we betalen. Het is sowieso een beetje dubbel voor mij. Het meisje kreeg hier na haar dood een peperduur graf, terwijl er 600 kilometer verderop Joodse en Sintikinderen werden vergast. Maar ik heb diep respect voor de familie Kuiperij die al zestig jaar het graf verzorgt en wilde daarom graag helpen.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden