Frits Kolkman, Frits oet Gelster en Harry Peeters (r). Foto: Rob Weeber
Frits Kolkman, Frits oet Gelster en Harry Peeters (r). Foto: Rob Weeber

Frits oet Gelster publiceert eerste boek

GELSELAAR - Zijn echte naam is Frits Kolkman, maar in het dorp Gelselaar is hij meer bekend als ‘Frits oet Gelster.’ Hoe hij die bijnaam verwierf is niet helemaal duidelijk, maar het is meestal een eretitel die verwijst naar de betrokkenheid bij de eigen woon- en leefgemeenschap. Dat blijkt ook wel als je zijn vertelsels leest. Dankzij zijn oude buurman Harry Peeters zijn ze nu gebundeld in een fraai boek, getiteld ‘De katte van ôonzen noaber– en mear verwondering an ’t èène van Twente met ’n Achterhook’.

Door Rob Weeber 

Frits Kolkman (1936) schreef jarenlang vertelsels, gedichten en proza, voor het tijdschrift van het Verbond van Nedersaksische Dialectkringen ‘De Moespot’. Het waren vertelsels over de ontmoetingen en gesprekken met de boeren die hij onderweg had, gecombineerd met zijn voorliefde voor de natuur en het plattelandsleven. ‘Onderweg’ was het landschap aan weerszijde van de Schipbeek, de streek rondom Gelselaar en Diepenheim. Als buitendienstman voor het zuivelbedrijf De Berkelstroom, de voorloper van FrieslandCampina, kwam hij op de boerenerven en die herinneringen schreef hij op in De Moespot.

Toneel
Praten kon hij al, aan zijn verhaalkunst ging een lange toneelcarrière vooraf bij toneelvereniging’ De Eendracht’ in Gelselaar. “Toen het toneel wat op de achtergrond raakte, ben ik gaan schrijven. Mijn eerste stukje werd in 1999 in De Moespot gepubliceerd en ging over boerenkool. In die tijd ook ontmoette ik muzikant Epi Schutte uit Borculo, met wie ik negen jaar een duo heb gevormd. We hebben vele optredens verzorgd in de regio’s Achterhoek, Twente en Salland. Ik droeg voor uit eigen werk en Epi speelde op de harmonica. Elk optreden sloten we af met of het Gelderse volkslied of het Twentse volkslied. Iedereen zong dan mee. In Salland moesten ze ook het Twentse volkslied zingen, daar moesten ze maar aan wennen.”

Alle vertelsels
hebben we
geredigeerd
en in
grammaticaal
correct
‘Gelsters’
omgezet


Het was zijn oude buurman Harry Peeters die hem overhaalde om zijn vertelsels te bundelen. “Ik wilde nooit een boek uitgeven,” licht Kolkman toe, “maar de jaren gaan tellen en ik stemde toch in. Harry wilde mij helpen en uiteindelijk is er een mooi boek gekomen. Mijn dank gaat ook naar zijn dochter Lieke die alle illustraties heeft gemaakt, naar Arend Heideman voor zijn adviezen en naar de Stichting Erfgoed Gelselaar.”

Authentieke variant
Het boek is volledig in ‘de taal van Gelster’ geschreven. “Het Gelster dialect is een authentieke variant van het Nedersaksisch en wordt hoofdzakelijk in Zuidoost Twente en in de Noordoost Achterhoek gesproken, “legt Peeters uit. “Alle vertelsels hebben we geredigeerd en in grammaticaal correct ‘Gelsters’ omgezet. Soms hebben we ook de rijm aangepast. Ter verduidelijking, het ‘Gelster dialect’ is dus niet hetzelfde als het dialect dat ze in het zuidelijk gedeelde van de Achterhoek en in de Liemers spreken. Het is eigenlijk meer Twents, dan Achterhoeks. Achterin het boek hebben we uitleg gegeven omtrent de grammatica.“

Humor
De vertelsels zijn met veel humor doorspekt. Een van de mooiste verhalen vindt Kolkman ‘Wierzeen met Anneke’. ‘Anneke was een dochter van een van mijn klanten,” legt Kolkman uit. “Ze zocht werk en ik adviseerde haar om contact op te nemen met het kantoor van De Berkelstroom, waar ze later inderdaad werd aangenomen. ‘In ’t leste van oktober he’k op de markt in Borculo ’n vrouwe ezeene, dee’k dacht te herkennen. Ze droeg de heure achter leage an ’n knötje, môoi bronsachtig van kleur. In mienen gedachten zee’k Anneke, dee uure heure vrogger as jonge dearne in nen peadestat droog. Ma zol ze dat ech wal wèèn? As zee Anneke was, was ze ne boerendochter oet ne noaberschop onder Lochem… Ma was dat no wal Anneke Hafman of neet? Ze had nog wal dat slanke môoie figuur, ma was ontiegelijk völle oalder;..’

Wie twijfelt aan de echtheid van de vertelsels, komt bedrogen uit. Volgens Kolkman is alles waar gebeurd en uit het leven gegrepen, met hier en daar een kleine kwinkslag. “Slechts een keer heb ik gelogen, in ‘Schipbekken Diéne’. Rond een bestaand huis heb ik toen een volledig fictief verhaal gemaakt. Het mooiste destijds vond ik dat ik verhalen kon vertellen die iedereen als waar aannam. Ik heb dat verhaal zelfs aan de Groenlose ziekenomroep verteld die bij dat huis een opname kwam maken.”

Ze had nog
wal dat
slanke môoie
figuur, ma was
ontiegelijk
völle oalder

Het boek ‘De katte van ôonzen noaber– en mear verwondering an ’t èène van Twente met ’n Achterhook’ is mede met behulp van de fondsen De Roos-Gesink, 1819 en 2013 uitgegeven en wordt zaterdag 9 oktober in de ‘grote kökken’ van boerderij Winkels aan de Dorpstraat in Gelselaar gepresenteerd. Daar ook is een expositie van Lieke Peeters te zien. Publiek is welkom vanaf 15.00 uur.

Het boek telt 256 pagina’s en is te bestellen via ISBN 978-90-9032500-2.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden