Woord van de pastor | ‘Wilde dieren en engelen vechten om de eerste plaats…’

Woord van de pastor | ‘Wilde dieren en engelen vechten om de eerste plaats…’

‘Wilde dieren en engelen vechten om de eerste plaats…’

Zondag 21 februari is de eerste zondag van de 40-dagentijd op weg naar Pasen; de 1e zondag na Carnaval. Dit jaar kon Carnaval nauwelijks gevierd worden. Hoe graag zouden velen niet lekker ‘uit hun dak willen gaan’ na vele maanden van ingehouden moeten leven, met zelfs een avondklok!

In vroeger tijden liet men met Carnaval het ‘beest’ in ons mensen drie dagen los gaan om daarna 40 dagen ingetogen toe te leven naar Pasen, met vasten en met overdenken van de lijdensweg van Jezus. Dat losgaan doen we nog steeds graag, maar ingetogen leven als een ‘engel’ is minder besteed aan ons. Dat blijkt maar weer eens uit het chagrijn, uit zelfs depressieve gevoelens die groeien in deze Coronatijd. We snakken naar meer vrijheid!

In de kerk begint de vastentijd met het verhaal van Jezus in de woestijn; het is een tijd van beproevingen in de wildernis. ‘Hij leefde er te midden van de wilde dieren en engelen zorgden voor hem’ (Marcus 1: 13). De wilde dieren staan hier voor de driften in een mens, die hem/haar aandrijven tot krachtige impulsen; niet slecht of goed. Krachten die ons enthousiast maken om lief te hebben, maar ons ook drijven tot haten en geweld.

Er zijn ook ‘engelen’ in ons, die ons het goede laten zien; normen en waarden, het goede samenleven. U begrijpt het vast wel: het is aan ons om een goed evenwicht te vinden tussen de wilde dieren en de engelen in onze ziel! Maar beiden zijn nodig om een volwaardig leven te hebben!

In vroeger tijden werd ons in de kerk geleerd om de wilde dieren te temmen, uit te bannen, alsof zij de duivels zelf waren in ons. We zouden alleen de engelen in ons moeten toelaten; maar dat zou een zielloos bestaan worden! We moeten nu eenmaal erkennen, dat wilde dieren en onstuimige krachten bij ons en in ons mensen horen. In het boek ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’ vraagt de jongen aan de mol: “Wat is dat daarginds?’ ‘Da’s de wildernis’, zei de mol. ’Wees er niet bang voor’.

En zo leerde Jezus in de woestijn, dat hij mag/moet leven met de wilde dieren en de engelen in hem, in een goed samenspel. Des te beter een goed samenspel lukt tussen deze twee in ons, des te vollediger en echter mens we worden!! En zo is mijn conclusie, dat Carnaval (als symbool voor de wilde dieren in ons) en de ingetogen tijd van de 40 dagen voor Pasen (de engelen in ons) bij elkaar horen!

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden