A.L. Snijders | Stierjongen

Stierjongen

Het was herfst, de jongen liep als een stier langs de bosrand, de schouders hoog opgetrokken, de kop laag, ik had geen moeite met de horens – ik zag ze. Ik groette hem, we waren de enige mensen in het enorme landschap. Die zomer zag ik op dezelfde, iets oplopende plek een man en een vrouw zitten. Het was erg warm, ze praatten met elkaar over de natuur die alles goed deed. De stierjongen was ook weer in de omgeving, hij mengde zich in het gesprek. De man en de vrouw waren gezondheidsmensen, ze propageerden natuurlijk voedsel. Natuurlijk voedsel kan gevaarlijk zijn, zei de jongen, onze verre voorouders aten slechts natuurlijk voedsel maar ze werden gemiddeld 35 jaar. Wij worden veel ouder met onze kunstmatige bestrijdingsmiddelen. Kunstmatige pesticiden kunnen heel gezond zijn, en natuurlijke producten dodelijk. Arsenicum is een volstrekt natuurlijke stof die overal in de wilde natuur voorkomt, maar door een halve gram sterf je. Biologisch voedsel is niet gezonder dan gewoon voedsel, toont wetenschappelijk onderzoek. Wat wilt u van ons, vroegen de man en de vrouw. De stierjongen zei dat ze hun verstand moesten gebruiken en niet moesten leven naar de laatste mode. Toen werd het winter, ik zag ze niet meer, de man en de vrouw verkochten hun heilzame voedsel in Amersfoort, de stierjongen was in zijn huis in Zuid-Frankrijk aan de Middellandse Zee en vertelde zijn buurman dat DDT, het kunstmatige gif tegen de malariamug, honderdduizenden mensenlevens had gered. Verder leek de jongen in Zuid-Frankrijk in genen dele op een stier. Hij was een elegante jongeman van 37 jaar uit een steenrijke familie, hij verzamelde kunst en reed in een prachtige, Engelse sportwagen van voor de oorlog. Ik kwam hem tegen op de boulevard, hij herkende mij, ik herkende hem. Hij nodigde me uit en las me een gedicht voor van Fred Papenhove.

Er gaat een huivering door ons heen.
Weinig is zo fijn als 's avonds in de auto
stappen. Het monotone geluid van de
motor geeft een prettig gevoel.

Zorgeloos rijden we ergens op aan,
de ene keer is het dit, de andere keer
dat, voordat we er zijn draaien we om.

Vooral als de wegen helder verlicht zijn
verandert dit ons gemoed. Er komt iets royaals
naar boven, alsof we tot het ochtendgloren
door kunnen rijden en de werkelijkheid er niet
meer toe doet.

                                

Meer berichten