Alphons Olthof met de plaquette. Foto: Rob Stevens
Alphons Olthof met de plaquette. Foto: Rob Stevens (Foto: )

BORCULO - De synagoge in Borculo heeft een lange historie. In de loop der jaren leidt dat tot een bonte verzameling archiefmateriaal in de v

Door Rob Stevens

Alphons Olthof uit Geesteren is secretaris van de Stichting Synagoge Borculo. Hij laat bij hem thuis het koperen plaatje zien. Het ziet er oud uit. Aan de bovenkant zitten in de hoeken twee schroefgaatjes. Het zal dus wel ergens bevestigd zijn geweest. Alphons: "Dan begint een zoektocht. Voor de vertaling hebben we Ben Noach benaderd, een Joodse vriend van mijn vrouw Nicky. Het blijkt oud-Hebreeuws."

De vriend vertelt dat het plaatje hoort bij de schenking van een lampje aan de synagoge in Borculo, als symbool van het eeuwig licht. De Joodse traditie is een lamp, die eeuwig brand, vooraan in de synagoge te hangen. Het plaatje hing waarschijnlijk onder of bij de lamp, denkt Aphons. Het is volgens de tekst geschonken door drie personen, de broers Moshe en Jacob, en hun zuster Gouda. Ter herinnering aan hun vader Shalom Lobstein, overleden op 2 december 1919. Alphons: "De voornaam Gouda kennen we. Voor haar ligt een Stolperstein voor het huis aan Muraltplein 44. Stolpersteine zijn in Borculo in het trottoir verwerkte gedenktekens, voor huizen, ter nagedachtenis van mensen die er ooit woonden en door de nazi's verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Gouda had er een winkeltje in band en garen."

Elke Hebreeuwse letter heeft een cijferwaarde. Het jaar van overlijden wordt op het plaatje met de tekst 'Vrede in zijn Hoge gewesten aangeduid'. De tekst staat dan voor het getal 680. Duizendtallen worden weggelaten, wat als jaar van overlijden van Shalom dan 5680 geeft. De schenking van het plaatje is kort na het overlijden van de vader geweest.

Wat er van zijn drie kinderen is geworden? Moritz is in 1976 begraven in Muiderberg. Hij werd in de oorlog vanuit zijn woonplaats Meppel naar Westerbork vervoerd. Hij was lid van de Joodse raad in Drenthe. Daarom werd hij geselecteerd als 'Palestina Jood' voor een uitwisseling met door de Engelsen in Palestina geïnterneerde Tempeliers met de Duitse nationaliteit. Die uitwisseling vond in Bergen Belsen plaats. Na het overlijden van zijn vrouw keerde Moritz terug naar Nederland.

Jacob was zenuwarts en geneesheer-directeur van de bekende Joodse psychiatrische inrichting 'Het Apeldoornse Bos'. In deze kliniek zijn veel Joden opgevangen en 'ondergedoken', waaronder zijn zuster Gouda. Op 7 mei 1945 is Jacob in Tröbitz overleden. Met het naderen van de Britse troepen werden gevangenen afgevoerd uit het concentratiekamp Bergen-Belsen. Na omzwervingen werd de trein in Tröbitz gevonden door het oprukkende Sovjetleger. De gevangenen werden bevrijd, tweehonderd van hen overleefden de reis niet. Waaronder vermoedelijk Jacob. Gouda kwam om in Sobibor op 9 juli 1943. Ze werd in de kliniek in Apeldoorn gearresteerd en weggevoerd. Ze was daar met valse verklaringen opgenomen door haar broer.

Alphons: "Het is fascinerend om te zien hoeveel (levens)verhalen zijn te verbinden met de tekst op dat plaatje. Die van de synagoge en Joodse gemeenschap in Borculo. Die van de leden van de familie Lobstein. Maar ook die van 'Het Apeldoornse Bos'. In 1943 werd de instelling door de nazi's ontruimd en werden de patiënten en het personeel gedeporteerd naar concentratiekampen en vrijwel allemaal vermoord. Zoveel verhalen, zoveel historie, en dat allemaal naar aanleiding van het opruimen van het synagoge-archief op een vroege maandagmorgen."

Meer berichten