Stolpersteine in Borculo

BORCULO - Op maandag 30 april worden in Borculo Stolpersteine gelegd in aanwezigheid van nabestaanden van Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak kende Borculo een grote Joodse gemeenschap. In het kleine landstadje aan de Berkel werd vreedzaam samengeleefd. Met Pasen brachten Joodse jongens en meisjes matses naar de boerderijen en als het Pinksteren was, lieten de boeren op hun beurt hun kinderen veldbloemen brengen naar de synagoge. Want met Pinksteren versieren de Joden elk jaar weer de sjoel.

Het was een welvarend stadje dat met hulp van overal de gevolgen van de cycloon van 1925 te boven was gekomen. Er waren heel wat bedrijven en een goede winkelstand en veel slagers. Joodse slagers. Want er woonden veel Joden in Borculo. Jiddische woorden leven nog altijd voort in het Borculose taalgebruik. Het was ook een vrome Joodse gemeenschap. De studie van de Thora en van de rabbijnse geschriften stond er op een zo hoog niveau dat de opperrabbijn van Arnhem dikwijls naar Borculo kwam om aan de voeten te zitten van de vrome en geleerde slager Joseph Hartog Lzn.

Omdat de grens met Duitsland niet ver weg is, vluchtten na de Kristallnacht op 10 november 1938 veel Joden naar de Achterhoek en dus ook naar Borculo. Ze kregen er verblijfsvergunning en zochten werk. Zo ging de tenger gebouwde Julius Löwenberg uit Ochtrup de boer op met textiel. Hij nam de boerinnen de maat en zijn vrouw naaide thuis de jurken en de schorten.

Tot de oorlog uitbrak
Al snel zetten de nationaalsocialisten de plannen om de Joodse bevolking te vernietigen ook in Nederland voort. Gaandeweg werden hen steeds meer rechten ontnomen en intimiderende razzia's op aanvankelijk kleine schaal vonden plaats. Tot in de Achterhoek de grote razzia van 18 november 1942 werd gehouden die gevolgd werd door het wegvoeren van de laatste Joodse inwoners van Borculo eind maart 1943. Toen kon de gemeenteveldwachter aan de Sicherheitspolizei van Arnhem schrijven dat ook Borculo vrij van Joden was.

Nu liggen er voor heel veel huizen in Borculo kleine vierkante gedenksteentjes van messing – Stolpersteine – met de namen van de voormalige Joodse bewoners. De kinderen van de Jorisschool hebben ook dit voorjaar in de aanloop naar de vierde mei de steentjes gepoetst.
Toen ontdekte men dat nog een aantal steentjes ontbraken. Ook deze zullen nu worden geplaatst bij een zevental huizen. Zodat iedereen de naam kan lezen van dat meisje van achttien dat vergeefs bij haar tante in Wassenaar een goed heenkomen heeft gezocht. Of van dat kleine gezin dat in alle rust met grootmoeder aan de Burgemeester Bloemersstraat heeft gewoond. Of van die weduwe aan de Hofstraat die de overvalwagen in moest die op het Muraltplein gereed stond. Of van Gousje die een winkeltje had in garen en band. Of van die dochter uit de vrome familie Hartog die terug gekomen was naar Borculo om haar oude moeder te verzorgen. Of het kleine gezin van de caféhouder aan de nieuwe veemarkt. Of die drie vluchtelingen uit Bentheim.
Geen van allen hebben ze een graf. Alleen een klein gedenksteentje in de straten van Borculo dat haastige voorbijgangers uitnodigt om zo nu en dan toch even stil te staan. 'Opdat wij niet vergeten.'

Op 30 april zullen de resterende Stolpersteine worden geplaatst in bijzijn van nabestaanden. Bij elk steentje wordt een witte roos gelegd. Bij al die namen spreken de aanwezigen de wens uit dat hun gedachtenis tot zegen moge zijn.

Reageer als eerste
Meer berichten
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5221758&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=achterhoeknieuwsborculoruurlo.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=724,726,727" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>