Viering bevrijding van Geesteren: net als toen op 1 april, Eerste Paasdag

Willem Reurslag bij het gat in de gevel van de boerderij door Messerschmitt-kogels. Foto: Rob Weeber
Willem Reurslag bij het gat in de gevel van de boerderij door Messerschmitt-kogels. Foto: Rob Weeber

GEESTEREN - Net zoals in 1945, wordt op zondag 1 april, Eerste Paasdag, de bevrijding van Geesteren gevierd, zij het dat er nu geen Canadezen door het dorp zullen trekken. Willem Reurslag uit Geesteren was net geen vijf toen de oorlog begon, maar kan zich veel feiten nog goed herinneren. Op de boerderij groeide hij op de boerderij, een plek waar tijdens de oorlogsjaren vreemd genoeg vriend en vijand samenleefden en zelfs werkten. Slechte herinneringen heeft hij niet, maar de jaren hebben zeker indruk gemaakt. Deze week het eerste deel van zijn verhaal, volgende week het tweede deel.

Door Rob Weeber

Je bent vier en de oorlog breekt uit Willem Reurslag (1935) uit Geesteren zou op 15 mei 1940 zijn vijfde verjaardag vieren en niets in zijn beleving zou daar iets aan afdoen. Maar wat al langer in de volwassen wereld gonsde, was het gerucht, en later de werkelijkheid, dat Nederland zou worden binnengevallen door de Duitsers. En zo ook in Geesteren. Hij herinnert zich nog zijn allereerste ontmoeting met de oorlog, niet voorafgegaan door een bombardement of iets dergelijks, maar gewoon door een afwijking in het normale leefpatroon in het kleine, rustige dorp. Zoals zo vaak, speelde hij op een doordeweekse dag in het zand. Op enig moment hoorde hij paarden aankomen. Maar het waren niet de paarden van de dorpsbewoners en Hamelandruiters Bleumink (Voortman), Nijhof (Zandman) en Bloemendaal die hun wekelijks ritje maakten, want zij reden normaliter op zaterdagmiddag door het ruiterbos Boonk.

In die tijd kon je vanuit zijn ouderlijke boerderij nog de kerk aan de Pastorieweg zien, er was nog geen bebouwing. En daar zag hij ze aankomen. Met de nieuwsgierigheid van een vierjarige liep hij erheen en werd door een buurjongen op een daar aanwezige hooiwagen gehesen van waaraf hij alles aandachtig bekeek. Hij zag een colonne Wehrmacht-soldaten met houten wagens en paarden ervoor. Uit een wagen stak onder een camouflagenet een lange pijp vandaan, een kanon, zoals hij zou leren. Thuisgekomen om te eten, wilde hij zijn verhaal tegen zijn vader doen, maar deze onderbrak hem met de woorden "Rotmoffen, wat doen ze hier toch". En zo begon vijf jaar overheersing, hoewel hij het niet zo beleefde. Het waren jaren met een mix van nieuwsgierigheid, spanning en vooral ook onwetendheid over wat er links en rechts om hem heen gebeurde. Hoe minder hij wist immers, hoe minder hij kon doorvertellen aan zijn vriendjes.

Radio verborgen in stoof
Natuurlijk sloop hij na het eten weer terug naar de kerk. Er stond een groepje soldaten bij de ingang die meerstemmig het strijdlied 'Wir fahren gegen England' zongen. Het lied werd bovendien opgepakt door doortrekkende soldaten. Het geluid van de zingende soldaten was indrukwekkend en klonk haast betoverend voor de vierjarige. In die eerste dagen liepen de Wehrmacht-soldaten naar de Hekweg en splitsten zich daar in twee groepen. De ene groep ging richting Borculo, Ruurlo en Doetinchem, de andere was bestemd voor Lochem en Zutphen.
Geesteren kreeg nog geen fysieke bezetting, de commandopost werd in het gemeentehuis in Borculo geïnstalleerd. De lokale politieagent Huiskamp moest de orde bewaken namens de Duitsers en toezien op het naleven van de Duitse wetten en regels die via plakkaten kenbaar werden gemaakt. Zo mocht je bijvoorbeeld als boer niet zonder toestemming het koren dorsen of een varken slachten. Dat mocht alleen in het bijzijn van de bezetter die bovendien een deel vorderde.

Zo verliep het eerste oorlogsjaar voor de nu vijfjarige redelijk rustig. In 1942 kwam de Landwacht opzetten, een groep NSB'ers die regelmatig het dorp doorkruisten op zoek naar onderduikers en verzetsmensen. Het was ook de tijd dat de vele onderduikers zich meldden in het dorp en de omliggende buurtschappen.
Volgens Willem vermeldt het boek 'Borculo in oorlog' het getal van 300. "Bij ons kwam Jan de Boer uit Joure, Friesland. Hij was weliswaar onderduiker, maar werkt overdag als boerenknecht op de boerderij, compleet met overal en klompen. Bij boer Voskamp zat Jan Kelderman ondergedoken, zoon van de bekende Zutphense bakker. Hij was gelieerd aan het verzet en werd gezocht. Hij zorgde ervoor dat de berichten van Radio Oranje via zijn zus Dinie door werden gegeven aan de verzetsgroep in Zutphen. Dinie bracht de berichten op de fiets naar de verzetsmensen aldaar. Het verhaal gaat dat ze eerste keer terugkwam met de boodschap dat ze een flinke uitbrander had gehad. Het was teveel informatie om te onthouden en ze had alles op een briefje gezet en in haar sok verborgen..."
"Er waren in ons dorp twee radio's, een bij boer Voskamp in de hooimijt en een bij Hallersgait in zijn voetenstoof. Verder weet ik dat Ko van de Brink bij buren ondergedoken zat. Hij is de enige die is omgekomen. Een andere buurman, Gerrit Wenninkmeulen, was gemeenteambtenaar in Borculo. Hij drukte illegaal en zeker ook met gevaar voor eigen leven voedselbonnen voor de onderduikers. Voor zijn eigen veiligheid sliep hij wel eens in het 'nachthol', het onderduikhol van Jan de Boer. Dit was een zelf gegraven gat in de singel, afgedekt met takken en bladeren. Het bizarre was echter, dat in de herfst van 1942 de Duitsers ineens een deel van onze wagenloods vorderden en er hun paarden stalden. Wij kregen toen twee Duitse soldaten en twee Russische krijgsgevangen in huis. De Russen moesten het vuile werk opknappen, mest ruimen en de paarden verzorgen. Omdat die Duitsers zich nogal verveelden, hielpen ze wel eens mee op de boerderij met melken, samen met Jan de Boer, onze knecht/onderduiker. Die Russen werden standaard Adam genoemd door de Duitsers. Toen de eerste bombardementen van het Ruhrgebied op gang kwam en de vliegtuigen bij ons overkwamen, schreeuwden de Duitsers altijd 'Adam, hinein'. Natuurlijk mocht Jan de Boer van mijn vader niet met de Duitsers praten. Als het bekend werd dat hij ondergedoken zat, dan liep de gehele familie gevaar. Ook ik mocht niet in de buurt komen, maar deed dat natuurlijk wel. Een keer maakt een Rus een beweging met zijn vingen over de binnenkant van zijn hand naar mij. Ik begreep er niets van, maar jaren later bedacht ik me dat hij misschien wel pen en papier bedoelde."


Volgende week deel 2 van het verhaal van Willem Reurslag

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden